Bericht van de fietsclub

Beste fietsvrienden,

de winter zit er weer op en de lente gaat nu beginnen. Na een goed begin met twee warme dagen van boven de 20 graden, nu weer een winterse dip met hagel en sneeuw. Laten we hopen dat het nu snel echt voorjaar wordt met hogere temperaturen zodat we weer wat fietskilometers kunnen gaan maken. De afgelopen maanden hebben we een echte winter meegemaakt met sneeuw en ijs, zodat er weer eens geschaatst kon worden door de liefhebbers. Niet echt het weer om lange tochten op de racefiets te maken.

Is er dan helemaal niet gefietst? Integendeel, er waren genoeg dagen dat, alhoewel de temperatuur niet boven de 6 graden uitkwam, de zon scheen, en je er goed ingepakt op de fiets op uit kon.
Dat waren dan veelal ritjes van ongeveer 30 km door het natuurgebied Spaarnwoude, en soms iets meer kilometers langs de Amstel en aansluitend de polder de Ronde Hoep. Zou heb ik in het natuurgebied Spaarnwoude de afgelopen maanden zo’n beetje alle fietspaden (soms slechts een meter breed) verkend, en ben op plekken gekomen waar ik niet eerder gereden had. Zo heb ik ook weer een aantal plassen water ontdekt die verscholen in het gebied liggen. Je rijdt tussen de weilanden door over verlaten weggetjes, en je hoort hier helemaal niets, anders dan het geluid van de vogels.
Zo ben ik ook uitgekomen in het gehucht (een kerkje, en vier huizen) waar het gebied zijn naam aan dankt: Spaarnwoude. De kerk staat hier al vele eeuwen, en die moest natuurlijk op de foto. Op het informatiebord naast de kerk staat het volgende te lezen:
“Als er sprake is van een “stompe toren” betekent dat meestal dat bij de bouw geen geld meer was om de toren van een spits te voorzien. Dat was hier niet het geval. Want waar in 1063 al een kapel stond, is een kerk gebouwd met een toren die rond 1300 werd voltooid. Mèt een mooie spits. Helaas werd die in 1844 door een blikseminslag getroffen. Over de oorzaak – meteorologisch verschijnsel of goddelijke toorn – zal zijn geredetwist, maar de spits was weg, en de toren stomp.”. Zodoende kom je toch iedere keer weer iets verrassends tegen in dit gebied.
Door het dorpje Spaarndam kom ik altijd wel, en daar heb ik op een mooie windstille en redelijk zonnige dag nog een foto kunnen maken aan de achterkant van het dorp, uitkijkend over het water.

Maar ook binnen de Amsterdamse stadgrenzen valt er soms nog iets bijzonders te ontdekken. Geen stiltegebied (wel een kakofonie van geluid  zoals toeterende auto’s, langs knarsende trams etc), of wijds uitzicht, maar dan opeens op de Middenweg in de Watergraafsmeer: Frankendael.

Dit is de laatst overgebleven buitenplaats, één van de velen die er ooit - ver weg van de drukte van de stad - gebouwd zijn door de rijken van Amsterdam, die nu midden in de stad staat. Nu nog in gebruik als horeca, hoewel gesloten vanwege Corona. De foto’s van het gebouw en de toegangspoort geven een impressie.

 

Nu op naar de lente en de warmte voor nieuwe ontdekkingen op de fiets.